Thursday 19 July 2018 | Home | Informatie | Multimedia
Contact: mail snbrongebiedaalsbeek@kpnmail.nl

Kamsalamander

De kamsalamander lijkt in Nederland gebonden te zijn aan de omgeving van rivieren, maar komt uitsluitend voor in stilstaande wateren. Alhoewel de soort zich ook in kleine ondiepe wateren kan voortplanten, wordt algemeen aangenomen dat ze een voorkeur heeft voor de wat grotere voortplantingswateren (25m2 en meer). De landbiotoop bestaat bij voorkeur uit kleinschalige cultuurlandschappen.
Uit een regressieanalyse naar het verband tussen de kans op bezetting door kamsalamanderKamsalamanders van 138 poelen in Twente en de verzamelde poelkenmerken konden van der Sluis en Bugter (2000) de volgende voorwaarden voor een goede poel afleiden:

  • een grote bedekkingsgraad van de poel (rijke aquatische vegetatie);
  • afwezigheid van vis;
  • een relatief hoge pH;
  • een grote poeldiepte;
  • de aanwezigheid van veel andere poelen binnen een straal van 1000 meter.

De volgende poelkenmerken hadden een negatieve invloed op de bezettingsgraad van de poel:

  • een grote afstand van de dichtstbijzijnde andere poel;
  • het EGV (electronisch geleidingsvermogen, dit neemt toe met een hoger ionengehalte in het water).

Uit het onderzoek van van der Sluis en Bugter (2000) bleek dat poelen pas drie jaar na aanleg door de kamsalamander werden gekoloniseerd. Er van uit gaande dat kolonisatie van nieuw aangelegde poelen plaatsvindt vanuit de dichtstbijzijnde bezette poel, vonden zij een maximale overbruggingsafstand van 700 meter tussen twee poelen. Voor algemenere amfibiesoorten als de bruine kikker, de groene kikker en de gewone pad vonden zij grotere overbruggingsafstanden. De kamsalamander blijkt daarmee gevoeliger voor versnippering. De soort is daardoor sterk afhankelijk van kleinschalige gebieden met veel landhabitat en een relatief hoge dichtheid aan poelen. Ook Arntzen en Gerats (1976) vonden een voorkeur van de kamsalamander voor terreinen waar verschillende poelen bij elkaar liggen.  Hom et al. (1996) noemen het tegengaan van verdroging en verzuring, aanleg van nieuwe poelen en extensivering van het agrarisch gebruik als de belangrijkste biotoopverbeterende maatregelen voor de kamsalamander.

 

foto